Ecolution
01 september 2011 12:58
De Ecolution zeilt. Na een onfortuinlijke onderbreking in de voorbereidingen is het zelfvoorzienende jacht van Wubbo Ockels zo goed als zeilklaar. Nautique stapte aan boord voor een testrondje op de Noordzee.
Romp, tuigage, aandrijving, verlichting, inrichting en uitstraling: alles aan boord van Ecolution staat in het teken van duurzaamheid en gebruiksgemak. De lichtgrijze romp en witte opbouw zijn nergens afgewerkt met glanzend gelakt hout of andersoortige eye-catchers. Houten of vergulde delen aan boord vergen veel aandacht, en het plan was juist een jacht te maken dat zo weinig mogelijk onderhoud nodig heeft. Details verraden niettemin dat het schip met veel zorg is afgewerkt. De kuipbanken, de randen van het kajuitdak en de forse roestvrijstalen zeereling zijn zo glad en vloeiend afgewerkt dat het nauwelijks te geloven is dat alles uit staalplaat is gelast. Het lijkt of de kuip bestaat uit een ingepast polyester deel.
Als bij een klipper kromt de boeg zich naar een forse overhang en lopen vloeiende lijnen naar een relatief kleine spiegel. Een knik onder het vrijboord bij de boeg geeft de klassieke romp een iets moderner uitstraling. Doordat de deklijn veel zeeg heeft, steekt het voorste deel van de forse giek van het Aerorig maar net boven de boeg langs. De gieken staan wel overal hoog boven het dek, zodat er veilig heen en weer kan worden gelopen. Met hun doorlopende giek torenen de twee identieke carbonmasten 26 meter boven het water uit; bekijks gegarandeerd, ondanks de rustige kleurstelling van het grote zeiljacht.
Ecolution is gebouwd om veilig en comfortabel over de wereldzeeën te varen met maar twee mensen aan boord. Het bedieningsgemak van de zeilen valt op. Twee schoten bedienen de hele tweemasttuigage van het 25,60 meter lange jacht. De krachten op de schoten zijn door de balans in de tuigage niet enorm groot. Aan beide zijden van de kuip een hydraulische lier, en de tweekoppige bemanning kan ontspannen de 290 vierkante meter zeil bedienen.
Eenmaal voorbij de havenhoofden beginnen schipper en maat de zeilen te zetten. De procedure begint aan de voorste mast, waar als eerste het grootzeil wordt gehesen. Zigzag opgevouwen ligt het zeil in de giek, die bij deze tuigvorm extra sterk moet zijn. De val wordt om een hydraulische lier geslagen, die even onder het kruispunt van mast en giek aan de mast is bevestigd. De val trekt een imposant doek tevoorschijn, met een hoge hoek in het achterlijk voor extra oppervlak bovenin. Dat zal Ecolution zeker bij zwakkere wind extra vaart geven.
Vijf doorlopende latten houden het zeil in de juiste vorm. Het tweede zeil dat wordt gezet, is de fok op de voorste mast. Deze rolt uit zoals genua’s dat doen op de meeste zeiljachten. De trim van de genua is niet ingewikkeld: op een Aerorig staat die altijd tamelijk strak. Een korte rail over het voorste deel van de doorlopende giek maakt de fok zelfkerend. Trimmen voor verschillende koersen gebeurt door met een enkele schoot mast en giek te draaien, inclusief het voorste stuk waarop de fok zit. Bij halfwindse koersen steekt het voorzeil daardoor naar loef. De trim van het zeil is ook dan strak naar de mast getrokken. Ruimwinds valt de fok niet weg in de luwte achter het grootzeil, maar vormen grootzeil en genua samen een grote driehoek die de wind vangt. Ecolution heeft twee Aerorigs. Daarmee kan de boot op voordewindse koersen zelfs “melkmeisje” varen: de achterste mast voert het grootzeil over de ene boeg, de voorste mast over de andere.
Als de zeilen zijn gezet, schuimt Ecolution met een vaartje van 6 knopen over de kalme golfjes van de Noordzee. Dat is voor een jacht met een waterlijn van 20 meter geen hoge snelheid. De wind waait met tien knopen uit het noord-noordoosten, net 4 Beaufort. De zeilers aan boord kijken elkaar aan. Niemand kent de trimgeheimen van de Aerorigs. Bij deze relatief zwakke wind zou het goed zijn om wat bolling en wat twist in het grootzeil te brengen, is de gedachte aan boord. De uithaler, oftewel onderlijkstrekker, is een hydraulisch bewegende slee in de kom van de grote giek. Knoppen op het achterschot van de kajuit bedienen de uithaler: als die naar voren beweegt, komt er meer bolling in het zeil. Twist – draaiing in het zeil waardoor het bovenste gedeelte kan “uitwaaien” – wordt bereikt door de val wat losser te zetten. Alle telltales in het zeil waaien nu netjes naar achteren. De snelheid loopt nog niet erg op. Zeventig ton staal is een heel gewicht om met windkracht door het water te bewegen.
Autonomie aan boord is het kernidee achter de Ecolution. De boot is zo berekend dat met twee dagen zeilen genoeg energie wordt opgewekt om twee weken lang voor anker te liggen. Tijdens die twee weken wordt gewoon gekookt op een inductiekookplaat, kunnen de verwarming en de televisie aan, gaat de bemanning normaal onder de douche en draaien de wasmachine, droger en vaatwasser hun toeren.
Al die energie en toch komt er geen generator aan te pas. Er zijn zelfs geen windmolens en zonnepanelen aan boord. Alle energie wordt opgewekt door twee schroeven onder de romp. Die zitten tussen de beide roeren, voor optimale aanstroming van het water. Deze twee forse tweeblads scheepsschroeven draaien in het langsstromende water terwijl de boot zeilt. De bladen zijn flexibel: terwijl ze worden voortgesleept, vervormt het profiel van de schroefbladen zich om optimaal rond te draaien. Worden de schroeven daarna gebruikt om met de elektromotor of de dieselaandrijving het schip aan te drijven, dan verandert de richting van de holte in de schroef, zodat ook hier weer optimale stuwing ontstaat.
De ballast in de rondspantromp bestaat uit 10.000 kilo accu’s. Dit zijn conventionele lood-zuur accu’s met gelvulling. Het hele pakket heeft een capaciteit van 300 kiloWatt uren. Het stroomverbruik van een tweepersoons huishouden is gemiddeld 3300 kiloWatt per jaar – 300 kiloWatt in 5 weken. Gelaccu’s kunnen maar tot de helft ontladen worden, dus dan zou met volle accu’s alles tweeënhalve week kunnen functioneren. De schroeven leveren in optimale toestand 10 kiloWatt op; dat betekent dat na vijftien uur zeilen de accu’s van hun maximale ontlading weer helemaal vol zijn.
Bij het naderen van de haven hoeft er geen dieselmotor aan; zeker met volle accu’s vaart Ecolution op elektromotoren de haven in. Helaas zal het jacht niet voortdurend de rompsnelheid van 10 knopen halen, zodat minder laadstoom wordt opgewekt en er langer moet worden gevaren voor een volledige lading. Dat betekent alleen dat de stops korter worden dan ruim twee weken voordat de accu’s moeten worden bijgeladen.
Aan boord van Ecolution wordt zuiniger met energie omgegaan dan in de meeste huishoudens. Alle verlichting heeft LED-lampen, en ook alle beeldschermen werken met LED-licht. De warmte van machinekamer en douchewater worden teruggewonnen; de vloerverwarming in de kajuit draait erop. Water uit de spoelbak in de keuken of toiletwater gaat niet overboord. In het voorschip zit onder de kajuitvloer een tank met organismen die het water zuiveren. Het water dat daaruit komt, is zo schoon dat het drinkbaar is. Omdat het idee toch niet zo fris is, wordt dit water gebruikt om te douchen en het toilet door te spoelen. Drinkwater wordt uit zee gewonnen en met een watermaker drinkbaar gemaakt.
Door de sabotage van Ecolution in de nacht van 1 december 2010 werkt maar een beperkt deel van het ingenieuze elektrische systeem. Afgemeerd aan de kade bij de Groningen werf No Limit Ships werd het jacht tot zinken gebracht. Het kanaal bij werf is niet zo diep; Ecolution lag met de boorden nog boven water. Maar binnen stond het schip vol en alle elektra is total loss of beschadigd, net als de bekleding van het interieur.
Onder zeil is benedendeks te horen hoe de schroeven meedraaien. Helaas leveren ze geen stroom. De restauratie van het jacht – dat tijdens de sabotage nog niet eens helemaal klaar was – is nog niet afgerond. De haven uit en weer in gaan, gaat noodgedwongen met dieselaandrijving. De twee 73 pk Yanmar motoren leveren maar net voldoende vermogen om het zware jacht goed te manoeuvreren. Draaien en achteruit varen wordt nog bemoeilijkt doordat de roeren niet achter, maar naast de schroeven zitten. Daarbij is de romp rond van onderen, er is geen vaste kiel. Het midzwaard moet in veel jachthavens worden opgehaald; het steekt 5,5 meter diep. Met het zwaard omhoog is de diepgang tot twee meter verminderd, maar maakt het jacht ook gevoelig voor zijwind.
Het interieur is overigens nog niet klaar. Wel is al de consequente doorvoering van de uitgangspunten te zien, gecombineerd met een moderne nautische smaak. Alle lijnen in het interieur lopen mee met de krommingen van het schip. De kieren tussen de witglimmende trespa plafondplaten volgen de rondingen van de boorden. De kastenwand langs de gang naar de achterhut krult met de zeeg mee. Betimmering is van eikenfineer op watervast multiplex. Jan des Bouvrie dacht mee over de vormgeving en kleurstelling. De rustige sfeer verraadt de stijl van de vormgever. Binnenkort komen op de witte randen langs de plafonds schilderijen en foto’s om de boel wat levendiger te maken.
Vloeren in de toiletten en badkamers zijn van gegoten epoxy met kiezels. Langs overhangende randen onder banken en langs looppaden zorgen LED-strips voor rode verlichting, om bij nachtelijke tochten de ogen te behoeden voor heftige overgangen van licht naar donker. Tijdens feestjes aan boord kunnen ze bovendien steeds van kleur veranderen. Ongebruikelijk maar praktisch is het toilet direct naast de ingang van het dekhuis. Minder praktisch is het ontbreken van een bar of aanrecht in het dekhuis; voor al het eten en drinken moet iemand tijdens zeiltochten benedendeks naar de kombuis.
De veiligheid van het zeilschip zit in de zeewaardige romp naar ontwerp van Gerard Dijkstra. Ook het eenvoudig te bedienen tuig vergroot de veiligheid, net als het feit dat het schip zonder energiebronnen van buitenaf lange tijd over alle functies beschikt. Een extra aspect is de redundantie als er iets kapot gaat, is er altijd vervanging. Er zijn twee roeren, twee masten, twee motoren en elektromotoren, het elektrisch circuit is gescheiden in een aantal los van elkaar functionerende accubanken, en ook de navigatie-instrumenten zijn dubbel uitgevoerd.
De Ockels maken een statement voor duurzaamheid en autonomie met hun schip. Tegelijkertijd leveren ze een concept voor een jacht dat mogelijkheden biedt voor zowel vertrekkers als pensionados.
Als bij een klipper kromt de boeg zich naar een forse overhang en lopen vloeiende lijnen naar een relatief kleine spiegel. Een knik onder het vrijboord bij de boeg geeft de klassieke romp een iets moderner uitstraling. Doordat de deklijn veel zeeg heeft, steekt het voorste deel van de forse giek van het Aerorig maar net boven de boeg langs. De gieken staan wel overal hoog boven het dek, zodat er veilig heen en weer kan worden gelopen. Met hun doorlopende giek torenen de twee identieke carbonmasten 26 meter boven het water uit; bekijks gegarandeerd, ondanks de rustige kleurstelling van het grote zeiljacht.
Ecolution is gebouwd om veilig en comfortabel over de wereldzeeën te varen met maar twee mensen aan boord. Het bedieningsgemak van de zeilen valt op. Twee schoten bedienen de hele tweemasttuigage van het 25,60 meter lange jacht. De krachten op de schoten zijn door de balans in de tuigage niet enorm groot. Aan beide zijden van de kuip een hydraulische lier, en de tweekoppige bemanning kan ontspannen de 290 vierkante meter zeil bedienen.
Eenmaal voorbij de havenhoofden beginnen schipper en maat de zeilen te zetten. De procedure begint aan de voorste mast, waar als eerste het grootzeil wordt gehesen. Zigzag opgevouwen ligt het zeil in de giek, die bij deze tuigvorm extra sterk moet zijn. De val wordt om een hydraulische lier geslagen, die even onder het kruispunt van mast en giek aan de mast is bevestigd. De val trekt een imposant doek tevoorschijn, met een hoge hoek in het achterlijk voor extra oppervlak bovenin. Dat zal Ecolution zeker bij zwakkere wind extra vaart geven.
Vijf doorlopende latten houden het zeil in de juiste vorm. Het tweede zeil dat wordt gezet, is de fok op de voorste mast. Deze rolt uit zoals genua’s dat doen op de meeste zeiljachten. De trim van de genua is niet ingewikkeld: op een Aerorig staat die altijd tamelijk strak. Een korte rail over het voorste deel van de doorlopende giek maakt de fok zelfkerend. Trimmen voor verschillende koersen gebeurt door met een enkele schoot mast en giek te draaien, inclusief het voorste stuk waarop de fok zit. Bij halfwindse koersen steekt het voorzeil daardoor naar loef. De trim van het zeil is ook dan strak naar de mast getrokken. Ruimwinds valt de fok niet weg in de luwte achter het grootzeil, maar vormen grootzeil en genua samen een grote driehoek die de wind vangt. Ecolution heeft twee Aerorigs. Daarmee kan de boot op voordewindse koersen zelfs “melkmeisje” varen: de achterste mast voert het grootzeil over de ene boeg, de voorste mast over de andere.
Als de zeilen zijn gezet, schuimt Ecolution met een vaartje van 6 knopen over de kalme golfjes van de Noordzee. Dat is voor een jacht met een waterlijn van 20 meter geen hoge snelheid. De wind waait met tien knopen uit het noord-noordoosten, net 4 Beaufort. De zeilers aan boord kijken elkaar aan. Niemand kent de trimgeheimen van de Aerorigs. Bij deze relatief zwakke wind zou het goed zijn om wat bolling en wat twist in het grootzeil te brengen, is de gedachte aan boord. De uithaler, oftewel onderlijkstrekker, is een hydraulisch bewegende slee in de kom van de grote giek. Knoppen op het achterschot van de kajuit bedienen de uithaler: als die naar voren beweegt, komt er meer bolling in het zeil. Twist – draaiing in het zeil waardoor het bovenste gedeelte kan “uitwaaien” – wordt bereikt door de val wat losser te zetten. Alle telltales in het zeil waaien nu netjes naar achteren. De snelheid loopt nog niet erg op. Zeventig ton staal is een heel gewicht om met windkracht door het water te bewegen.
Autonomie aan boord is het kernidee achter de Ecolution. De boot is zo berekend dat met twee dagen zeilen genoeg energie wordt opgewekt om twee weken lang voor anker te liggen. Tijdens die twee weken wordt gewoon gekookt op een inductiekookplaat, kunnen de verwarming en de televisie aan, gaat de bemanning normaal onder de douche en draaien de wasmachine, droger en vaatwasser hun toeren.
Al die energie en toch komt er geen generator aan te pas. Er zijn zelfs geen windmolens en zonnepanelen aan boord. Alle energie wordt opgewekt door twee schroeven onder de romp. Die zitten tussen de beide roeren, voor optimale aanstroming van het water. Deze twee forse tweeblads scheepsschroeven draaien in het langsstromende water terwijl de boot zeilt. De bladen zijn flexibel: terwijl ze worden voortgesleept, vervormt het profiel van de schroefbladen zich om optimaal rond te draaien. Worden de schroeven daarna gebruikt om met de elektromotor of de dieselaandrijving het schip aan te drijven, dan verandert de richting van de holte in de schroef, zodat ook hier weer optimale stuwing ontstaat.
De ballast in de rondspantromp bestaat uit 10.000 kilo accu’s. Dit zijn conventionele lood-zuur accu’s met gelvulling. Het hele pakket heeft een capaciteit van 300 kiloWatt uren. Het stroomverbruik van een tweepersoons huishouden is gemiddeld 3300 kiloWatt per jaar – 300 kiloWatt in 5 weken. Gelaccu’s kunnen maar tot de helft ontladen worden, dus dan zou met volle accu’s alles tweeënhalve week kunnen functioneren. De schroeven leveren in optimale toestand 10 kiloWatt op; dat betekent dat na vijftien uur zeilen de accu’s van hun maximale ontlading weer helemaal vol zijn.
Bij het naderen van de haven hoeft er geen dieselmotor aan; zeker met volle accu’s vaart Ecolution op elektromotoren de haven in. Helaas zal het jacht niet voortdurend de rompsnelheid van 10 knopen halen, zodat minder laadstoom wordt opgewekt en er langer moet worden gevaren voor een volledige lading. Dat betekent alleen dat de stops korter worden dan ruim twee weken voordat de accu’s moeten worden bijgeladen.
Aan boord van Ecolution wordt zuiniger met energie omgegaan dan in de meeste huishoudens. Alle verlichting heeft LED-lampen, en ook alle beeldschermen werken met LED-licht. De warmte van machinekamer en douchewater worden teruggewonnen; de vloerverwarming in de kajuit draait erop. Water uit de spoelbak in de keuken of toiletwater gaat niet overboord. In het voorschip zit onder de kajuitvloer een tank met organismen die het water zuiveren. Het water dat daaruit komt, is zo schoon dat het drinkbaar is. Omdat het idee toch niet zo fris is, wordt dit water gebruikt om te douchen en het toilet door te spoelen. Drinkwater wordt uit zee gewonnen en met een watermaker drinkbaar gemaakt.
Door de sabotage van Ecolution in de nacht van 1 december 2010 werkt maar een beperkt deel van het ingenieuze elektrische systeem. Afgemeerd aan de kade bij de Groningen werf No Limit Ships werd het jacht tot zinken gebracht. Het kanaal bij werf is niet zo diep; Ecolution lag met de boorden nog boven water. Maar binnen stond het schip vol en alle elektra is total loss of beschadigd, net als de bekleding van het interieur.
Onder zeil is benedendeks te horen hoe de schroeven meedraaien. Helaas leveren ze geen stroom. De restauratie van het jacht – dat tijdens de sabotage nog niet eens helemaal klaar was – is nog niet afgerond. De haven uit en weer in gaan, gaat noodgedwongen met dieselaandrijving. De twee 73 pk Yanmar motoren leveren maar net voldoende vermogen om het zware jacht goed te manoeuvreren. Draaien en achteruit varen wordt nog bemoeilijkt doordat de roeren niet achter, maar naast de schroeven zitten. Daarbij is de romp rond van onderen, er is geen vaste kiel. Het midzwaard moet in veel jachthavens worden opgehaald; het steekt 5,5 meter diep. Met het zwaard omhoog is de diepgang tot twee meter verminderd, maar maakt het jacht ook gevoelig voor zijwind.
Het interieur is overigens nog niet klaar. Wel is al de consequente doorvoering van de uitgangspunten te zien, gecombineerd met een moderne nautische smaak. Alle lijnen in het interieur lopen mee met de krommingen van het schip. De kieren tussen de witglimmende trespa plafondplaten volgen de rondingen van de boorden. De kastenwand langs de gang naar de achterhut krult met de zeeg mee. Betimmering is van eikenfineer op watervast multiplex. Jan des Bouvrie dacht mee over de vormgeving en kleurstelling. De rustige sfeer verraadt de stijl van de vormgever. Binnenkort komen op de witte randen langs de plafonds schilderijen en foto’s om de boel wat levendiger te maken.
Vloeren in de toiletten en badkamers zijn van gegoten epoxy met kiezels. Langs overhangende randen onder banken en langs looppaden zorgen LED-strips voor rode verlichting, om bij nachtelijke tochten de ogen te behoeden voor heftige overgangen van licht naar donker. Tijdens feestjes aan boord kunnen ze bovendien steeds van kleur veranderen. Ongebruikelijk maar praktisch is het toilet direct naast de ingang van het dekhuis. Minder praktisch is het ontbreken van een bar of aanrecht in het dekhuis; voor al het eten en drinken moet iemand tijdens zeiltochten benedendeks naar de kombuis.
De veiligheid van het zeilschip zit in de zeewaardige romp naar ontwerp van Gerard Dijkstra. Ook het eenvoudig te bedienen tuig vergroot de veiligheid, net als het feit dat het schip zonder energiebronnen van buitenaf lange tijd over alle functies beschikt. Een extra aspect is de redundantie als er iets kapot gaat, is er altijd vervanging. Er zijn twee roeren, twee masten, twee motoren en elektromotoren, het elektrisch circuit is gescheiden in een aantal los van elkaar functionerende accubanken, en ook de navigatie-instrumenten zijn dubbel uitgevoerd.
De Ockels maken een statement voor duurzaamheid en autonomie met hun schip. Tegelijkertijd leveren ze een concept voor een jacht dat mogelijkheden biedt voor zowel vertrekkers als pensionados.
Beoordeling: 10
(1 beoordelingen)
Agenda
21-04-12
Open Dag K&M Yachtbuilders
13-04-12
Overijssels Waterevent
13-04-12
Motorboten in Sneek
27-03-12
Aan tafel met Henk de Velde
Contact
Heeft u vragen aan de redactie, een klacht of een suggestie? Laat het ons dan weten. Stuur een mail naar of vul hier het contactformulier in.
Word abonnee van Nautique
4 x Nautique voor slechts €15!
Neem nu een jaarabonnement op Nautique (4 nummers) voor slechts €15 en ontvang twee gratis edities van stijlgids The Big Black Book!
Lees meer



